Posts tonen met het label Isings. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Isings. Alle posts tonen

zaterdag 19 maart 2011

De vader en de zoon

Er is een site van de vader en de zoon. Ze heten allebei W.G. van de Hulst. De één heeft als achtervoegsel sr., de ander jr. Vanmorgen zat ik nog even te zoeken naar een afbeelding van Willem Wijcherts n.a.v. het stukje van gisteren. Bij deze zoektocht kwam ik op de site van W.G. van de Hulst. Op die site staat een schat van afbeeldingen en informatie over de beiden V.d. Hulsten. In het geval van Willem Wijcherts gaat het alleen om senior. De tekeningen zijn in nagenoeg alle gevallen verzorgd door J.H. Isings Jr.:
Met teekeningen van J.H. Isings Jr. (1884-1977) in alle tot nu toe verschenen drukken. De omslag van de 6e luxe uitgave is van J.G. Kesler, van de 8e tot en met de 12e druk is de omslag van Van de Hulst jr. en de 22e druk is door Rino Visser verzorgd. De overige verschillende omslagen zijn ook van J.H. Isings Jr.
Ik vond op de genoemde site ook afbeeldingen van de omslagen van Willem Wijcherts:


Zoals te zien is, staat er op deze uitgave als schrijver vermeld Jan van de Croese. Volgens de site:
De eerste drukken zijn onder het pseudoniem Jan van de Croese verschenen (naar de Utrechtse Croeselaan waar Van de Hulst woonde). Van de 3e - 6e druk is eveneens de eigen naam op de titelpagina vermeld. Daarna zonder pseudoniem uitgegeven.

Volgende uitgaven zien er allen even mooi uit. Er werd echt tijd aan besteed:



Bovenstaande uitgave is ook verschenen in Djakarta, niet verzorgd door Callenbach, maar door Ribbens Boekendepôt - uitgever - Djokja.
Volgende uitgaven:



"Mijn" exemplaar:


De omslag van de 22e druk is van Rino Visser:


Alle uitgaven, behalve de Indische, zijn verzorgd door Callenbach. De ondertitel in de eerste drukken is steeds: een dappere Alkmaarse jongen. Zo dapper. Na de Tachtigjarige oorlog is hij ook de 20e eeuw ongeschonden doorgekomen, hooguit een paar kleine schampschoten. Tenminste, de laatste uitgave vermeldt: De tekst is licht geredigeerd onder redactie van R.M. van de Hulst.