dinsdag 20 december 2011

Brieven naar de Gemeente Amsterdam


In aansluiting op mijn vorige stukje over taal, stopte iemand me een papier in handen met nog een aantal anders bedoelde uitspraken. Onderstaand stukje is eerder verschenen in de schookrant van scholengemeenschap Guido de Brès te Rotterdam.

De volgende zinnen zijn allemaal afkomstig uit brieven die door de jaren heen werden gestuurd naar de Amsterdamse Gemeentelijke Huisvesting.

1) Mijn 15 jarige zoon slaapt noodgedwongen bij mijn 13-jarige tweelingzusje op de kamer.
2) Mijn vochtontwikkeling in de huiskamer is niet om te harden.
3) Even leg ik mij neer om U enkele letters toe te dienen.
4) Mag ik ruilen met mijn overbuurman daar die man weduwe is en geen kinderen heeft.
5) Ik heb een lekkaasje op zolder en dat is naar beneden gekomen.
6) Ik vraag U niet om een woning, want die heb ik, daarom vraag ik U om een andere woning.
7) De hond blaft de hele avond door en met de kat is hetzelfde geval.
8) Het vijfde kind is op komst en staat voor de deur.
9) Ik zit uit nood in een onverklaarbare woning.
10) Mijn man loopt met brongieters en mijn borsten piepen ook.
11) Ik moet elke dag bevallen, en zodoende wordt mijn woning te klein.
12) Ik ben zomers uitgeleverd aan een ijswagen en 's winters aan de steun.
13) Ik zou graag een aanval op uw goedheid doen.
14) Weleerwaarde heer burgemeester, hiermee kom ik U een aanzoek doen, en wel voor een andere woning.
15) Reeds ruim zes jaar ben ik getrouwd met een kind van 2 jaar.
16) Mijn buurman stinkt naar gas, ik denk dat hij een lek heeft.
17) Ik eis dat ik net zo opgeschilderd wordt als mijn buurman.
18) Met eerbiedig beschuldigen richt ik mij tot uw hoogheid.
19) De WC is lekt, aangezien wij er met z'n dertienen wonen.
20) De woning is veel te klein want ik krijg er ieder jaar een kind bij, meneer de burgemeester daar moet U toch wat aan doen.
21) Wilt U naar mijn bovenkamer laten kijken, die zit vol beesten.
22) Wilt U het zaakje van mijn buurman eens goed onderzoeken, want er zit een luchtje aan.
23) Het vocht dringt door de muur van de slaapkamer van mijn schoonmoeder, die helemaal beschimmeld en verrot is.
24) U kunt voelen dat mijn geval niet in orde is, doet U het eens.
25) Ik wil mijn gat gedicht hebben, ik heb er last van.
26) Ik ben heus niet iemand die zijn gas zomaar laat vliegen.
27) Aan de ene kant ben ik in verwachting en aan de andere kant regent het in.
28) Vroeger deed ik een hoop op de kachel, nu moet ik het op gas doen.

Da's toch geen taal...

dinsdag 13 december 2011

Bibliotheek voor asielzoekers in Polen


Hoezo, ontlezing? Er wordt in Europa heel wat afgesomberd over het verdwijnen van de leescultuur. Jongeren zouden de dagen nog enkel surfend en gamend doorbrengen. Als ze al een boek lezen, dan via internet. Maar dat is toch geen lezen, foeteren de cultuurpessimisten.

Maar kijk eens even hier. Als dit geen lezen is. Wedden dat het jongetje in het midden gewoon door blijft lezen als de boekenkast op de achtergrond langzaam in elkaar zou zakken? Die haal je niet zomaar uit zijn boek. En zelfs de baby in roze strekt zich al gretig uit naar de boekenkast.

Goed, dit is Nederland niet. Het gaat hier om een Centrum voor Buitenlanders in het oosten van Polen. In het centrum verblijven asielzoekers, veelal uit Georgië en Tsjetsjenië. De talrijke kinderen in het asielzoekerscentrum (bijna de helft) zullen wellicht ook geen spelcomputers hebben.

En toch. Deze foto is anno 2011 maar mooi genomen. En op Google maar eens opzoeken hoe het precies zit met de ontlezing in West- en Oost-Europa.

Bovenstaand stukje is overgenomen uit het Reformatorisch Dagblad, 9 december 2011

vrijdag 9 december 2011

Ik spreek vloeibaar Nederlands


Ooit heb ik een leuk boekje gehad met verhaspelde spreekwoorden. Het boekje is inmiddels bij het oud papier beland. Pas schoot één van de verhaspelingen me in gedachten. Even op internet gezocht, en jawel...daar staan er genoeg.

Wie een kuil graaft voor een ander is een uitslover.
Wie het laatst lacht is traag van begrip.
Dit steekt er met kop en schotel bovenuit.
Dat is er met de paplepel ingeslagen.
Ik erger me kostelijk.
Laten we met een schone luier beginnen.
Dat is niet tegen Dobermansoren gezegd.
Ik ben er helemaal infuus van.
Ik sta helemaal triplex.
Ik spreek vloeibaar Nederlands.
Het is niet alles koek en ei wat er blinkt.
Het escaleert helemaal uit de hand.
Je brengt mij helemaal van mijn abrikoos.
Het is het een of het twee.
We gaan er met de volle 50% tegenaan.
Je moet een gegeven paard niet in de bek zeiken.
Dat slaat nergens over.
Dat helpt geen nut.
Moet je zeggen wie het hoort.
Ik ga niet met jou onder discussie.
't Is al weer vroeg laat.
Qua geld kost dat financieel niet duur.
Dat introduceert me niks.
Ik word met scheve schaatsen aangekeken.
Dat is geen vraag op mijn antwoord.
Gaat er nu een mapje bij je rinkelen?
t Is zuipen of verpompen.
Je moet geen wakkere honden slapend maken.
Ik heb een leuke jas op de kip getokt.
Sorry, neemt u mij niet dadelijk.
Ik ben erg quensecont.
Je moet niet dronken dat ik denken ben.
Ik zou niet naast zijn schoenen willen lopen.
Ik kreeg een klap en was meteen disney.
Zij hebben een huis van een kast.
Je imiteert me mateloos.
Je denkt toch zeker niet dat je bang voor me bent?
Ik kan dit niet door de beugel tolereren.
Je hebt er geen hout van gegeten.
Hartelijk geteleviseerd.
Wie laat begint, mag vroeg weer naar huis.
Vroeger, toen je koe nog met een korte oe schreef.

Sorry, 't is wat flauw, maar hier moet ik nu écht om lachen! Moet je zeggen wie het hoort...

dinsdag 6 december 2011

Een traditie verbroken-Uitslag Give Away

Theda heeft opnieuw gewonnen. Op 1 april heeft ze al een boekenpakket gewonnen met een Give Away en nu heeft ze het citaat van de maand geraden. Inderdaad, het kwam uit "Om Bethlehems Kribbe", een bundel kerstverhalen van C.M. van den Berg-Akkerman, G. van Heerde en Annie Sanders. Het boek is uitgegeven bij Groen in Leiden.


Zoals beloofd zal ik wat vertellen over het verhaal waar het citaat uit kwam. Het verhaal is geschreven door G. van Heerde en heeft als titel "Een traditie verbroken". Het citaat staat aan het einde van het verhaal:
Er was ook nog een ander geluid, dat tot hem doordrong, dat van een stem, zacht en duidelijk: "Voor zoveel ge dit één van Mijn minste broeders hebt gedaan, zo hebt ge dat Mij gedaan."

Het verhaal gaat als volgt:
In het oude stadje, waar de boerenwagens bonken over de ongelijke straatstenen, staat de toren, groot en voornaam, naast het kleine kerkje. Die toren is de trots van de plaats en verhoogt de glorie van het verre verleden, dat nog ligt tussen oude geveltjes en nauwe, kromme steegjes.
Soms, in de zomer, stopt een grote, rode autobus op het pleintje naast de versleten klinkers. Dan kijken de mensen, al of niet geïnteresseerd naar de grijze blokken zandsteen, waaruit de toren is gegroeid en naar de deur met ijzeren knoppen en donker-geroeste scharnieren. Enkelen zeggen iets van het bouwwerk en kijken naar de vergane letters, die in steen uitgehouwen, boven de poort zijn aangebracht. Anderen vervelen zich en kauwen verwoed op hun boterham.
Maar de dominee van het stadje is in ieder geval erg trots op zijn toren. Dat komt misschien, doordat hij met zijn gedachten leeft in heel oude tijden.

De traditie in het dorp is dat op Kerstavond van tien tot elf uur de klok wordt geluid. Het laatste halfuur is ieder jaar koster Elderink aan de beurt om te luiden. Ieder jaar luidt hij het Kerstfeest uit. Als de koster de klok luidt, kan hij steeds door het raam van het "Armhuis", zo wordt het rusthuis genoemd, naar binnen kijken. Op deze Kerstavond hoort hij ze zingen, Proemen Janus, oude Kee en de anderen.
Het luiden stemt hem wat weemoedig. Eén keer zal de laatste keer zijn. Ieder jaar krijgt hij als dank van de bakker een kersttaart. Op een keer zal hij de laatste taart krijgen. Terwijl hij door het raam het armenhuis binnenkijkt, waar de oude stakkers al mummelend hun kerstversjes zingen, krijgt hij een lumineus idee. Hij stopt zomaar met luiden, rent naar de bakker en roept om de kersttaart.

"Vlug, de taart!" zei die nog eens. Toen keek hij naar het feest van kleuren en rook de geur van het gebak. Traag dreven de laatste tonen van de klok over het stadje. Elderink hoorde het. Hij wist, dat hij zijn plicht verzaakte, want het was nog geen tien uur. Nu had hij helemaal geen recht op de taart!
Er was ook nog een ander geluid, dat tot hem doordrong, dat van een stem, zacht en duidelijk: "Voor zoveel ge dit één van Mijn minste broeders hebt gedaan, zo hebt ge dat Mij gedaan."
"Jij - jij brengt hem niet bij mij," hakkelde Elderink, "maar hiernaast in 't armhuis."
Hij stond al weer bij de deur.

Letterlijk wordt zo de traditie verbroken.

Van dit boek heb ik nog een exemplaar. Zoek maar op onze site. Zo moeilijk zoeken is het nu niet meer...

donderdag 1 december 2011

Win een gratis boek-Give Away December


In oktober heb ik voor het eerst "Raad het citaat en win een boek" geplaatst. Inmiddels is het december. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat het citaat van december geraden wordt.
* Hieronder vindt u het citaat van de maand december.
* Het betreft een boek dat we in de verkoop hebben op www.boekenstek.nl.
* U raadt welk boek het is (door een reactie onder dit bericht toe te voegen)
* De eerste die het goed raadt is de winnaar en krijgt het boek gratis toegezonden.

Hier komt het citaat:
Er was ook nog een ander geluid, dat tot hem doordrong, dat van een stem, zacht en duidelijk: "Voor zoveel ge dit één van Mijn minste broeders hebt gedaan, zo hebt ge dat Mij gedaan."

Doe je best....