woensdag 6 maart 2013

De dominee van Urk

Een tijdje geleden is er een schitterende levensbeschrijving uitgegeven over ds. Jacob Nentjes, de tweede Afgescheiden predikant op Urk: Brandend licht dat in de dienst verteerde. Deze levensbeschrijving is geschreven door ds. J. Brons, emeritus-predikant van de Christelijk Gereformeerde Kerken en woonachtig op Urk.

Het boek is vooralsnog alleen te verkrijgen bij de Urker boekhandels en bij Boekenstek.

Om een beeld te krijgen van wie ds. Nentjes was, volgt hieronder een artikel van dr. H. Florijn, verschenen in de Terdege van 7 maart 1985:


Ds. Jacob Nentjes (1818-1873) van 1846 tot 1859 en van 1862 tot 1873 predikant van de afgescheidenen op zijn geboortegrond Urk.

Ds. Jacob Nentjes, de dominee van Urk
"De dominee van Urk, die zou op Schokland preken. Maar door het razen van de zee, was hij zijn preek vergeten.'''' Aldus een kinderversje uit vroeger dagen. Zou dit ds. Jacob Nentjes (1818-1873), Afgescheiden predikant te Urk ook overkomen zijn? Het is niet zo waarschijnlijk. Niet alleen omdat hij nooit op Schokland voorging - er was daar geen Afgescheiden gemeente — maar ook omdat hij een geboren en getogen Urker was, die de zee kende. Daarbij had hij zijn preken niet uitsluitend in het hoofd: hij preekte uit het hart. En dat vond weerklank. Een zekere Geesje van der Haar, die in Genemuiden onder zijn gehoor gezeten had, herinnerde zich jaren later hoe ds. Nentjes daar gewaardeerd werd. „Hij preekte zó ernstig en indringend, dat zelfs vijanden van Gods volk graag naar hem luisterden'''', schreef ze. Jacob Nentjes werd in 1818 op Urk geboren. Rond 1843 vertrok hij naar ds. W. A. Kok om bij hem een opleiding voor predikant te gaan volgen. De studie daartoe werd bekostigd door zijn oom, burgemeester P. Nentjes, die destijds in 1836 en 1837-toen de Afscheiding op Urk gestalte begon te krijgen - op had moeten treden tegen ds. H. de Cock en hem verboden had om voor te gaan op het eiland. Later werd hij zelf lid van de gemeente die hij had helpen vervolgen, ''t Kan verkeren, zei Brederode al.

Toeloop
Het examen werd met goed gevolg afgelegd en het beroep dat de Afgescheidenen van Urk op hem uitbrachten, nam hij aan. Op 20 november 1846 werd hij bevestigd door ds. T. F. de Haan. Vele jaren zou ds. Nentjes zijn stempel op de Urker samenleving zetten. Duidelijk in zijn spreken, in zijn optreden, ook duidelijk in zijn voorkomen want hij droeg het oude ambtsgewaad: de driekante steek, de bef, de kniebroek en schoenen met gespen. Niet zomaar, want, zo luidt het in de notulen, ,,een leeraar der Christelijk Afgescheiden Gereformeerde kerk behoort zich te allen tijde te onderscheiden". ,,Ds. Nentjes heeft de gemeente te Urk gevormd", zo merkte in 1911 ds. G. H. A. v.d. Vegte op en dat is niet te veel gezegd. Het gebouwtje waarin de gemeente samenkwam, preekte hij al spoedig zo vol dat het de toehoorders niet meer kon bevatten. In de notulen klaagde hij erover,,dat het kerkhuis het getal der hoorderen niet konde omvatten en de gedrongenheid en daaruit vloeiende lichaamskwellingen bij eiken kerkreize de sterke begeerte naar een ruim kerkgebouw deed vermeerderen". En het gebouw kwam. Op 2 september 1851 legde men de eerste steen; 14 november 1851 werd het gebouw in gebruik genomen en dat terwijl de verf nog niet eens droog was. . .

Boeiend
Tot 1859 duurde zijn eerste periode op Urk. Toen nam hij een beroep aan naar de gemeente Harlingen. Heeft hij van daaruit naar Urk terug veriangd? We krijgen de indruk van wel. Maar ook zijn eerste gemeente kon hem niet gemakkelijk vergeten. In de drie jaar dat hij afwezig was, bracht men maar liefst vier beroepen op hem uit. Het laatste nam hij in 1862 aan. Hij preekte afscheid van Harlingen met als tekst Hos. 2 : 6: ,,Ikzal henengaan,en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu". De toeloop had door zijn afwezigheid niet geleden. Weer moest de kerk vergroot worden. In 1867 vond de tweede verbouwing plaats. Ja, ds. Nentjes wist de hoorders te boeien. En niet alleen in zijn eigen gemeente, ook in andere was dat opgevallen. Het regende beroepen. Ds. H. J. Budding, die bizarre, merkwaardige predikant die van 1844 tot 1848 in Groningen stond, beval hem bij zijn vertrek aan de gemeente aan: ,,Datiku gezegd heb bij u zijnde, omtrent de Wel Eerw. NentjesvanUrk, daar blijf ik bij. Hij is de beste die ik voor de gemeente te Groningen weet". Ze beriepen hem maar hij bedankte. Tijdens Nentjes'' tweede periode op Urk was het niet anders: er waren kerkeraadsvergaderingen waarop hij vier of vijf beroepen ter sprake bracht. De kerkeraad vond dit toch wel iets te veel van het goede en besloot dat een gemeente die haar herder en leraar wilde laten preken eerst ƒ 8,- in de armenkas moest storten. Of het gebeurde? We lezen er niet van.

Hindernis
Op synodes was hij regelmatig afgevaardigd en verschillende zaken heeft hij moeten behandelen. Hem werd onder andere opgedragen bij ds. Ledeboer te informeren waarom die zich afzijdig hield van de gemeenten. Diens standpunt heeft ds. Nentjes toch aangesproken. Net zoals dat van de Kruisgezinden trouwens. Op de synode van 1857 te Leiden bracht hij naar voren dat velen zich niet met de Afgescheidenen verenigden omdat „de bekomene vrijheid van Godsdienst en erkenning der gemeenten door de Burgerlijke regering eene hindernis of slagboom is". Persoonlijke omgang met hen „die behooren onder Ds. Ledeboer, Hoksbergen, onder het Kruis, en die nog behooren onder het Hervormd Kerkgenootschap'''' hadden hem die overtuiging geschonken. Nentjes heeft de signalen van hen die de wereldlijke overheid de macht in de kerk ontzegden onderkend en gewaardeerd, want hij stelde voor al de stukken die bij de bewuste vrijheidsaanvragen toegezonden waren, terug te sturen en de koning mee te delen dat de gemeente door de vrij heidsprocedure in haar rechten gekwetst was. Het zou onder,, den zegen des Heeren krachtig tot eene gewenschte vereeniging en eenheid kunnen meewerken". Het voorstel haalde het niet. Jammer. Het tekent wel zijn verlangen naar kerkelijke eenheid. Een verlangen dat misschien op Urk niet de aandacht gekregen heeft die het verdiende want ,,zijn kerk" is nog vele malen geplitst. Nentjes'' afgescheiden kerk is niet de laatste afgescheiden kerk geweest. Zeer veel kerkverbanden zijn op zijn geboortegrond vertegenwoordigd. Voor men die verscheidenheid laakt, moet men wel bedenken dat de kerken goed bezocht worden. Er is niet alleen een groot aantal kerken, ook een groot aantal kerkgangers.

Kanselbijbel
Het vele werk dat ds. Nentjes moest doen en de reizen die hij maakte hebben zijn gezondheid aangetast. In 1866 vroeg hij voor het eerst in zijn loopbaan twee weken vakantie aan zijn kerkeraad omdat hij overwerkt was. Ze werden hem toegezegd. Op 20 november 1871 mocht hij zijn 25jarige Evangeliebediening nog herdenken naar aanleiding van Hand. 26: 22. Bij deze plechtigheid schonk hij zijn gemeente een nieuwe kanselbijbel. Met eigen hand schreef hij voorin: ,,Den 21ste October 1872 is hij op den preekstoel gelegd met de hartelijke bede dat de gemeente tot een lengte van dagen uit hunnen heiligen inhoud onderwezen, geleerd en geweidt mag worden tot veler bekeering tot God in Christus door den Heiligen Geest, en ''s Heeren volk tot opbouwing in de Genade en kennis van Jezus Christus onzen Heere,, Want de aarde, die den regen, menigmaal op haar komende, indrinkt en bekwaam kruid voortbrengt voor degenen, door welken zij ook gebouwd wordt, die ontvangt zegen van God, maar die doornen en distelen draagt, dieisverwerpelijken nabij de vervloeking welker einde is tot verbranding". Ds. Nentjes'' gezondheid bleette wensen overlaten. Het einde liet niet lang meer op zich wachten: op 16 januari 1873 overieed de dominee van Urk.



Klik om dit boek te bestellen hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen