maandag 21 november 2011

Het uitgescheurde Bijbelblad


Ik heb een zwak voor oude boeken. De nieuwe zijn dan misschien wel knap geschreven, humoristisch, eigentijds en weet al niet wat nog meer, de oude wijn is beter. Uitzonderingen bevestigen echter de regel. Lena Visser-Oskam (her)schreef een oud verhaal. Het verhaal neemt ons mee naar de provincie Groningen in het jaar 1873. Het hele verhaal draait om een uitgescheurd Bijbelblad.

De achterflap geeft een korte inhoud:
Egbert, een twaalfjarige jongen uit een arbeidersgezin, vindt op een dag een geheimzinnig blaadje. Op dat blaadje staat iets over een stad met twaalf poorten. Egbert voelt dat dit blaadje hem wat te zeggen heeft, maar hij begrijpt niet wat ermee bedoeld wordt. Het blaadje bewaard hij als een kostbare schat; niemand vertelt hij er iets van. Verschillende keren dreigt Egbert het blaadje kwijt te raken. Eerst verliest hij het in het water, dan pakt de meester het af, en een volgende keer gooit een buurman het in de haard...


In de herfst wordt Egbert ziek. Op zijn ziekbed krijgt hij eiendelijk antwoord op al zijn vragen. Tenslotte mag hij zelf ingaan in de stad met de twaalf poorten...

Een citaat uit één van de laatste hoofdstukken:
Zichtbaar gaat Egbert achteruit. Dagelijks nemen zijn krachten af. Het praten wordt steeds moeilijker. De hoestbuien volgen elkaar snel op en slopen zijn krachten. Mager en bleek ligt zijn hoofd op het helderwitte kussen. Het steekt er nauwelijks bij af. Steeds moet hij naar zijn doorzichtige, witte handen kijken. Op een morgen zegt hij tegen de buurvrouw die hem weer geholpen heeft: "Wat zijn ze toch dun en bleek, maar ze zullen daar nog witter zijn, nietwaar?"
"Jazeker", is het antwoord, "je zult daar witter zijn dan sneeuw."


(...)

Ze leest hem de 23ste Psalm voor en als ze dan bij de woorden komt: Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij, wordt de zieke gerust.
"Ja, ja, heerlijk", fluistert de jongen, "waar is Jaap?"
Jaap wordt geroepen en de zieke steekt hem direct de magere handen toe.
"Dank Jaap, dank, waar is het blaadje?"
"Hier", zegt de buurjongen, en geeft het hem in de hand.
"Lezen 17", en de zwakke wijst het 17de vers van Openbaring 22. Jaap leest het voor: En de Geest en de Bruid zeggen: Kom. En die het hoort, zegge: Kom. En die dorst heeft kome; en die wil, neme het water des levens om niet.
"Ik...kom...", stamelt de jongen. "Ik... kom... De Koning wacht op mij. De poort staat wijd open."
Hij groet zijn huilende ouders. Hij wenkt zijn broer, die van verre staat, en zegt luider dan straks: "Jan, jij moet ook komen naar de stad."
Jan huilt en knikt met zijn hoofd.
Lang ziet Egbert zijn ouders aan en troost: "Huil maar niet zo, ik ga zo graag, de stad is zo mooi! Soms zie ik haar al en hoor de mooie liederen, die door de engelen gezongen worden. Ik zal Lubbegien groeten en zeggen dat u ook komt."
Een poosje ligt hij stil. Dan, met gesloten ogen en zwakke stem begint hij weer: "Van het Oosten drie poorten; van het Noorden drie poorten; van het Zuiden drie poorten; van het Westen drie poorten. Zie, ze komen van alle kanten, van alle kanten! Er is plaats voor allen, alle poorten staan open dag en nacht; plaats ook voor mij! Jaap, zeg het ook aan de anderen, dat er twaalf poorten zijn!"
Na een lange, stille poos opent de zieke nog eens zijn ogen en zoekt.
"Bent u allen hier nog? Buurvrouw, het dal is niet donker meer. De Koning is er Zelf, en nu is 't licht! Waar is mijn blaadje?"
Moeder legt het in zijn gevouwen handen.
"'t Is alles goed", zegt de stervende jongen, sluit zijn ogen en slaapt in.
Men wacht nog of hij weer zal spreken, maar het blijft stil. Hij is in de armen van de engel gedragen in de mooie stad.

Na de begrafenis wordt nog gelezen van het uitgescheurde Bijbelblad:
Daarom zijn zij voor de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel; en Die op de troon zit, zal hen overschaduwen. Zij zullen niet meer hongeren, en zullen niet meer dorsten, en de zon zal op hen niet vallen, noch enige hitte. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden, en zal hun tot een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.

Neem en lees...

4 opmerkingen:

  1. Dat vergat ik nog te vertellen. De illustraties zijn nieuw. Meesterlijk zoals Rino Visser die getekend heeft. Ken je die tekenaar? Moet je eens wat van opzoeken...

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Het boek is nog steeds te koop (helaas niet bij Boekenstek). Het kost € 7,25, heeft 104 blz. en is speciaal voor de jeugd geschreven.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Nee, nooit van gehoord, ik ga hem eens even 'googelen' :) Dank je!

    BeantwoordenVerwijderen