vrijdag 18 februari 2011

Het Boek dat nooit oud wordt

Eens,- 't is al heel héél lang geleden,- lag er in de Sint Pieterskerk te Leiden een groot, dik boek.... aan een ketting.
Het lag op een prachtige lessenaar; maar - heel eenzaam, op een stille plek. En soms kwam er iemand en bladerde er in, las er in, sloot het weer zorgzaam dicht met de koperen klampen als hij heenging.
Een kostbaar boek! Honderden guldens was 't waard. Als er eens een dief kwam!.... Maar - de ijzeren ketting was sterk.

Misschien hebt u het al geraden. Dit is van de Hulst. Ik heb een oud boekje voor me. De titel? "Het Boek dat nooit oud wordt". De binnenkant van de voorkaft laat zien dat het een geschenkboekje is van het Nederlandsch Bijbelgenootschap. "Bij de herdenking van het 300-jarig bestaan van de Statenvertaling uitgereikt aan....." Op de puntjes staat de naam van mijn moeder.

U kent ze waarschijnlijk wel. Er zijn voor de oorlog bij Callenbach tientallen geschenkboekjes verschenen. Meestal werden ze uitgereikt door Zondagsscholen. De uitgave die ik nu voor me heb is van 1937.

't Was in die tijd gewoonte om de kinderen ook inhoudelijk nog wat mee te geven. Daar is de schrijver zeker in geslaagd:
Stilte...
Stilte in de kamer, waar de mannen zorgzaam werken.
Stilte óók daar buiten in de stad; - een vreemde, bànge stilte.
Er gaat een droeve lijkstoet door de stille straat.... Nog een; en nòg een.... Honderden en nog eens honderden mensen van Leiden worden in die bange dagen begraven. De "zwarte dood" is gekomen. Jongen en ouden, sterken en zwakken, armen en rijken worden door de vreselijke pestziekte.... weggemaaid.
En in de stille kamer?.... Wie heeft daar het eerst gezegd: "Zullen wij heengaan? Zullen we deze bange stad ontvluchten en naar onze eigen steden terugkeren? De pest zal ook òns misschien vinden."
Die mannen zien elkaar aan, heel ernstig.
Het gevaar is zo groot. Een stille angst benauwt hun 't hart.
Maar dàn?.... Wie heeft daar het eerst gezegd: "Laten wij bidden"?
Dan knielen die mannen neer tussen hun oude boeken en hun nieuwe papieren. Zij vertellen hun Hemelsen Vader van hun angst; en ze smeken Hem, hun bange harten toch moedig te maken.
Het werk mag niet worden neergelegd.
Zij blijven. Die trouwe mannen blijven op hun post, al woedt òm hen de dood. Ze blijven, en werken in hun schone, hun grootse werk van de stilte.
En - niet één is aan de vreselijke ziekte bezweken.

Het boekje is schitterend versierd met tekeningen van zoon van de Hulst, W.G. van de Hulst jr. Door de jaren heen is het wat smoezelig geworden, het was nodig om het rugje te verstevigen en de eigenares meende voorop haar naamstempel te moeten zetten. En toch is het een juweeltje.

Dit boekje houdt echter geen stand. Het Boek waar het over gaat wel. Daarom de titel: "Het Boek dat nooit oud wordt".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen